• 1 arrow
  • 2 arrow
  • 3 arrow
  • 4 arrow
  • 5 arrow
  • 6 arrow
image description

Wat is je salaris in
het onderwijs?

start

Wat is je salaris in het onderwijs?

In zes stappen weet je het!

Onderwijsnieuws

  • Buitenlandse stage bevordert zelfstandigheid

    27 feb  Een buitenlandse stage draagt bij aan de zelfstandigheid van mbo-studenten. Dat blijkt uit een onderzoek onder studenten en alumni van de roc’s Alfa-college, Friese Poort en Landstede. Ruim 1500 studenten en alumni kregen een enquête toegestuurd over hun buitenlandse stage; 521 vulden deze ook in. Het opdoen van ervaring werd het vaakst genoemd als reden voor de buitenlandse stage te kiezen. Ook ‘op zoek zijn naar een uitdaging’ en ‘drang om de wereld te zien’ waren drijfveren voor de mbo’ers.
    Lees meer >

    Alle studenten en alumni gaven aan dat de buitenlandse stage heeft bijgedragen aan hun zelfstandigheid. En de respondenten ervaren hun buitenlandse stage als een meerwaarde op hun cv. Wie nu nog naar school gaat, verwacht makkelijker een baan te krijgen door de buitenlandse stage. Alumni kennen de buitenlandse stage in dat opzicht minder waarde toe. Het merendeel van de werkende alumni werkt dan ook in de regio van de vestigingsplaats van de opleiding die ze hebben gevolgd. Slechts een enkeling werkt in het buitenland.
    Sluiten <

  • De pabo wordt steeds witter

    24 feb  Het kennisniveau moest omhoog en dat is gelukt. Maar de batterij kennistoetsen die studenten moeten halen, schrikt potentiele pabostudenten af, vooral allochtonen. Daardoor is de pabo een kleine, witte opleiding aan het worden. Terwijl er een enorm lerarentekort dreigt.
    Lees meer >

    Ze heeft haar zomervakantie opgeofferd om naar de pabo te kunnen gaan. Dag in, dag uit was ze bezig met de tien tijdvakken die bij het schoolvak geschiedenis worden behandeld, de acht kernthema’s van aardrijkskunde en de tien kernconcepten van natuur en techniek. Onbekende leerstof voor Nora, een Rotterdamse Marokkaanse die vorig jaar de mbo-opleiding onderwijsassistent heeft afgerond en dolgraag juf wil worden. Ze wil best iets vertellen over de hindernissen die ze daarbij tegenkomt, maar wil liever niet met haar achternaam in het Onderwijsblad.   Toetsen Sinds 2015 mogen mbo’ers pas beginnen aan de pabo als ze de instroomtoetsen aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek hebben gehaald. Havisten die deze vakken niet in hun profiel hebben, moeten de toetsen ook doen. Nora bereidde zich helemaal in haar eentje voor op de toetsen. Ze had op het roc het pabo-doorstroomprogramma kunnen volgen of de bijlessen die de drie Rotterdamse pabo’s verzorgen, maar dat had ze naast het afronden van haar mbo-opleiding moeten doen. “Dat was voor mij te veel tegelijk.” Haar mbo-vriendinnen lieten zich door de toetsen afschrikken. “Maar ik wilde ervoor gaan, mijn kans pakken. Ik vond het wel moeilijk in mijn eentje, ik raak best snel in paniek.” De toetsen waren “pittig, je moet heel veel weten”. Maar Nora heeft het gered. In september mocht ze aan de pabo van de Hogeschool Rotterdam beginnen. Culturele kloof Daar wachtte een nieuwe kloof, dit keer een culturele. “Ik was het enige Marokkaanse meisje in de klas. Daardoor voelde ik me helemaal niet op mijn gemak”, bekent Nora. “Ik ben een Rotterdamse en heb altijd op zwarte scholen gezeten. Ik ben er dus aan gewend dat het andersom is: een klas met maar twee of drie Nederlandse leerlingen.” Ze hield het de eerste onderwijsperiode vol in die witte klas, maar heeft daarna gevraagd of ze mocht overstappen. “Ik zit nu in een klas met een Turkse en drie andere Marokkaanse studentes en voel me wat meer thuis. We doen echt niet alles samen, we werken ook in gemengde groepjes. Maar ik heb gewoon iemand nodig waarmee ik kan optrekken.” Maar nu maakt Nora zich alweer druk over de volgende horde, de rekentoets (Wiscat) die ze dit jaar moet halen om door te mogen naar het tweede jaar. “Daarvoor heb je maar drie kansen en ik ben al een keer gezakt, dus de paniek slaat alweer een beetje toe.” Nora heeft ontdekt dat er huiswerkinstituten zijn die Wiscat-trainingen aanbieden. Erasmus Education, een Rotterdams instituut dat in het hele land pabostudenten bijspijkert, stoomt je voor 149 euro in twee dagen klaar voor de rekentoets. Niet niks, maar Nora neemt liever geen risico’s. “Ik moet die toets halen, dus als ik het geld heb, ga ik die training wel doen.” Daarna wacht haar een nog groter struikelblok. In het derde leerjaar worden de kennisbasistoetsen taal en rekenen afgenomen. Als je die niet haalt, kun je niet afstuderen. Vooral de rekentoets is een killer. Bij elke pabo lopen vijfde- en zesdejaars rond die alleen nog die toets moeten halen.

    Lerarentekort “Het kennisniveau op de pabo moest omhoog en dat is gelukt, maar daardoor zijn nieuwe problemen gecreëerd”, stelt Ron Bormans, collegevoorzitter van de Hogeschool Rotterdam. Door de reken- en taaltoetsen, de kennisbasis- en de instroomtoetsen is de pabo één van de selectiefste hbo-opleidingen geworden en dat schrik heel veel studenten af. Rond de eeuwwisseling trokken de pabo’s nog zo’n tienduizend eerstejaars, in 2015 waren er nog maar 3900 eerstejaars over. Door de introductie van de instroomtoetsen kromp de instroom in één jaar met 32 procent. Niet verwonderlijk blijven vooral mbo’ers weg en daarmee raken de lerarenopleidingen ook een groot deel van hun allochtone instroom kwijt.  Bij de Hogeschool Rotterdam zorgde de instroomtoetsen zelfs voor een halvering van de instroom. “Wij gingen in 2015 in één klap van twaalf naar zes eerstejaarsklassen”, vertelt Annemarie van Efferink, propedeusecoördinator bij de pabo. “En de allochtone student is behoorlijk afgehaakt. We hadden vroeger anderhalve klas, nu is er nog een handjevol allochtone studenten over.” Het is de landelijke trend. In 2015 begonnen nog maar 174 allochtone studenten aan de pabo, het jaar ervoor waren dat er nog 456. Kleine, witte opleiding De instroom zit dit studiejaar weer in de lift. In september begonnen 4200 eerstejaars aan de pabo, een stijging van 8 procent. Maar slechts 184 eerstejaars zijn van niet-westerse afkomst, 10 meer dan in 2015. De pabo, ooit veruit de grootste hbo-opleiding, is dus een kleine, witte opleiding aan het worden. Dat is een groot probleem, want de grote steden in de Randstad kampen nu al met een tekort aan leerkrachten. Met lerarenbeurzen, welkomstpremies en betaalbare woningen proberen gemeenten leerkrachten van buiten naar de stad te lokken. Van Efferink verwacht daar geen wonderen van. “Leerkrachten gaan echt niet honderd kilometer verderop lesgeven.” En ze zo gek krijgen om in Rotterdam-Zuid voor de klas te gaan staan, waar de nood juist het hoogst is, wordt helemaal moeilijk. “Iemand die in Charlois is opgegroeid wil daar wel lesgeven, maar studenten uit Rotterdam-Noord krijgen wij al moeilijk de brug over.” Rotterdam zal in de eigen vijver moeten vissen, maar daar zitten vooral allochtone jongeren voor wie de pabo een ontoegankelijk bolwerk is geworden. Je hoeft dus geen enorm rekenwonder te zijn om te voorspellen dat de grote steden een ramp staat te wachten, stelt Van Efferink. “Straks komen er mensen van de pabo die goed kunnen rekenen en spellen, maar hebben we geen leerkrachten meer die voor een multiculturele klas willen staan.” Lees het hele verhaal uit Onderwijsblad 3 van 11 februari 2017 hieronder als PDF-document. Daarin staat onder meer dat huiswerkinstituten nu goede zaken doen en dat er de afgelopen jaren te veel is gehamerd op het cognitieve niveau van de leerkracht.


    Sluiten <

  • 'Onderwijs aan vluchtelingenkinderen moet veel beter’

    23 feb  Het onderwijs aan vluchtelingenkinderen moet veel beter, vindt de Onderwijsraad. Nu laten de kwaliteit van het onderwijs en de toegang ertoe te wensen over. De asielprocedure zorgt voor veel onderbroken schoolloopbanen en de organisatie is inefficiënt. 
    Lees meer >

    ‘Het onderwijsbestel is onvoldoende voorbereid op de komst van vluchtelingen’, schrijft Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad in een vandaag gepubliceerd rapport. En dat terwijl onderwijs ervoor zorgt dat vluchtelingen kennismaken met democratische waarden en uiteindelijk goed kunnen deelnemen aan de maatschappij.

    Misgaan De Onderwijsraad ziet te veel misgaan en komt met drie aanbevelingen. Die moeten de toegang, kwaliteit en organisatie van het onderwijs aan vluchtelingenkinderen verbeteren. 

    Het aantal verhuizingen moet verminderen, omdat het zorgt voor leerachterstanden en veel frustratie bij vluchtelingenkinderen. Zij moeten telkens opnieuw beginnen. De asielopvang zou meer in het teken moeten staan van onderwijs en niet alleen van de asielprocedure.

    Beperkte toegang De toegang tot onderwijs is voor vluchtelingenkinderen beperkt. De Onderwijsraad stelt voor om alle peuters van asielzoekers toe te laten tot de voorschool, ook al zijn de ouders hoogopgeleid. ‘De asielopvang biedt niet de omgeving waar jonge kinderen de ervaringen opdoen die hun een goede start geven in het basisonderwijs, zoals spelen, Nederlands horen en voorgelezen worden’, aldus de raad.

    Basisscholen en middelbare scholen zouden vluchtelingenkinderen makkelijker moeten opnemen en stimuleren door te stromen naar hogere onderwijsniveaus door middel van internationale schakelklassen en brede scholengemeenschappen. Mbo-instellingen zouden vaker diploma’s kunnen waarderen die al in het land van herkomst zijn gehaald. Nu komen studenten vaak bij een te laag opleidingsniveau terecht vanwege de taalachterstand.

    Leraren en lesmateriaal De regering zou bovendien moeten investeren in leraren en lesmaterialen. ‘Docenten in de eerste opvang zijn vaak onvoldoende toegerust om onderwijs te bieden dat aansluit op hun behoeften’, zo staat in het rapport. Leraren hebben te weinig kennis van Nederlands als tweede taal en zicht op hoe ze trauma’s kunnen herkennen. Ook de lesmaterialen voldoen niet altijd. Die zijn verouderd of er zijn te weinig materialen.

    Naast deze hobbels is er nog een ander punt: de organisatie. ‘Er wordt teveel geïmproviseerd en het wiel wordt te vaak opnieuw uitgevonden’, schrijft de Onderwijsraad. Veel tijd en kwaliteit gaat daarmee verloren. Regionale netwerken die bestaan uit gemeentes, scholen en andere betrokkenen moeten dit verbeteren en zullen kennis moeten delen.
    Sluiten <

  • Leraren lopen nog niet warm voor Rotterdamse ‘eliteklas’

    23 feb  Het loopt nog niet echt storm bij de speciale klas van de gemeente Rotterdam voor de meest ambitieuze en innovatieve leraren. De helft van de beschikbare plaatsen is bezet. Leraren hebben te weinig tijd of schoolleiders zien het niet zitten om hun docenten ervoor ‘vrij te roosteren’.
    Lees meer >

    De speciale klas, die Broedplaats010 heet en daarvoor Erasmus Excellentie Leergang, is onderdeel van de Rotterdamse Leraren Cao. Het pakket aan maatregelen is bedoeld om leraren te verleiden naar Rotterdam te komen, bijvoorbeeld met een welkomstbeurs of lerarenbeurs. Deze maatregelen moeten het lerarentekort tegengaan. Elitekorps Voor de Broedplaats010 trekt de gemeente tienduizend euro per deelnemer uit om zich te richten op innovatie en ontwikkeling. “We willen de meest excellente leraren voor dit elitekorps selecteren en de deelnemers stimuleren om te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling. Het lerarentekort is één probleem maar we willen met deze klas ook het werk aantrekkelijker maken”, zegt Axel Dees, woordvoerder van de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge. De docenten denken anderhalf jaar na over onderwijsvernieuwingen, doen nieuwe kennis op en brengen dat uiteindelijk op hun school in de praktijk. “Op de lange termijn helpen deze leraren het onderwijs in Rotterdam daarmee te verbeteren.”

    Hoewel de gemeente 300.000 euro beschikbaar heeft gesteld voor het project, is dat bedrag nu nog niet uitgegeven. Dees: “Er zijn afgelopen najaar zeventien mensen begonnen en na een half jaar gaan er nog vijftien verder”, zegt de woordvoerder. De gemeente merkt dat de tijdsinvestering, ongeveer anderhalve dag per week, best veel vraagt van docenten. Dees: “Bovendien vinden schoolleiders het lastig om docenten vrij te roosteren. Tuurlijk levert dat druk op, maar de uiteindelijke baten wegen zwaarder."  

    Lerarenbeurs De Rotterdamse lerarenbeurs vindt wel gretig aftrek. Met zo’n beurs kunnen leraren zelf een cursus, opleiding of stage vergoed krijgen door de gemeente. “In totaal zijn er nu bijna 450 beurzen uitgereikt aan leraren in het basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs in schooljaar 2015/2016 en afgelopen najaar in schooljaar 2016/2017”, zegt Dees. "We hebben hier in totaal nu vijf ton aan uitgegeven."

    Eerder liet de gemeente Rotterdam al weten dat er nog veel moet gebeuren om de lerarentekorten in de stad te bestrijden.
    Sluiten <